Ebben

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het zwarte en zware hout van een ebbenboom, behorende tot één uit een aantal tropische soorten uit het geslacht (familie )
    Het gebruik van ebben is vanwege de kostbaarheid van het hout erg beperkt.
werkwoord
  1. onpr (onpr) geleidelijk wegvloeien, met name onder invloed van de getijden
    Hij had niet in gaten dat het al enige tijd ebde en kwam daardoor vast te zitten in de modder.

Etymologie

*: Afgeleid van eb

Vertalingen

Engelsebony
Fransébène
Turksabanoz