Eglantier

mannelijk (de)/ˌɛɣlɑnˈtir/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) roosachtige heester met korte en ongelijke stekels,
    Maar vooral heb je uitleg nodig wegens de evolutie van de cultuur; daarom maakte het Rijksmuseum een tentoonstelling over symboliek in zeventiende-eeuwse schilderijen. Wat betekenden die lindeboom, die eglantier?
    Even nog klonk de slag der rappe hoeven over de stenen van een kleine dorpsstraat, een brug, maar daarna stoof de mulle grond onder hen uit tussen de wilde eglantieren, tot waar het woud begon.

Etymologie

*via Middelnederlands "eglentier" van "eglentier"