espenhout

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hout van de ratelpopulier () waarvan men klompen of lucifers maakt
    Van het fijngezaagde brandhout dat naast de kachel lag te drogen stak een geur op: bitter, schurend in de keel met zijn lucht van verschroeide sparrenbast en vochtig vers espenhout, dat geurig was als reukwater.