Elft

mannelijk (de)/ˈɛlᵊft/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. straalvinnigen (straalvinnigen) haringachtige, die paait in de bovenloop van rivieren en beken en ooit inheems was in de Benelux,
    In Frankrijk en Engeland komt de elft nog wel voor .

Etymologie

* van Middelnederlands "elft", in de betekenis van ‘beenvis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1351

Vertalingen

Engelsshad
Fransalose
DuitsMaifisch
Portugeessável
Poolsaloza
Zweedsmajfisk