Elstar

mannelijk (de)/ˈɛlstɑr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. appelras met zoetzure appels
    Opvallend is dat je in de supermarkt wordt doodgegooid met de vele soorten appels: Elstar, Jonagold, Kanzi en Gala. Maar qua peren is er weinig keuze: in negen op de tien gevallen kopen klanten de Conference.

Etymologie

*(eponiem), gevormd uit de plaatsnaam "Elst" en de eerste letters van de voornaam van de 20e-eeuwse Nederlandse plantenveredelaar Schaap