Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

Engelse sleutel

mannelijk (de)/ˈɛŋəlsəˌsløtəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gereedschap (gereedschap) verstelbare moersleutel, een metalen steel met een verstelbare bek om moeren vast of los te draaien
    Zonder om te kijken fluisterde hij bezwerend: ‘Een Engelse sleutel, een gewone bahco - daar moet toch aan te komen zijn?
  2. gereedschap, verouderd (gereedschap) (verouderd) soort instelbare tang door vorm en maat geschikt om moeren uit Engeland vast of los te draaien
    {{ouds|1935/46

Etymologie

*, die oorspronkelijk betrekking had op een tang met een geschikte vorm voor moeren van Engels fabrikaat; nu op te vatten als: (verkorting) van "Engelse moersleutel"