Esdoorn
mannelijk (de)/ˈɛzdorᵊn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een geslacht van loofbomen en heesters. Afhankelijk van de taxonomische opvatting wordt dit geslacht ingedeeld bij de esdoornfamilie () of de zeepboomfamilie (). Esdoorns komen voor in de gematigde streken van het noordelijk halfrond. Enkele soorten komen voor in en Indonesië. Het geslacht zal zo'n 120 soorten tellenEr hangen nog twee blaren aan mijn esdoorn.
- (materiaalkunde) hout, afkomstig van bomen uit het geslachtEsdoorn is, zowel met de hand als machinaal, gemakkelijk te bewerken.
Etymologie
*uit Middelnederlands asdoren, gevormd als samenstelling van es (boomsoort) en doorn stekel
Vertalingen
Engelsmaple
Fransérable
DuitsAhorn
Spaansarce, ácere, moscón
Italiaansacero
Portugeesácer
Zweedslönn
Deensahorn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek