Haan

mannelijk (de)/han/

Wat is de betekenis van Haan?

Haan betekent: (dierkunde) mannelijk dier bij de hoenderachtige vogels; vaak wordt het mannetje van het huishoen () bedoeld

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde (dierkunde) mannelijk dier bij de hoenderachtige vogels; vaak wordt het mannetje van het huishoen () bedoeld
  2. militair, techniek (militair), (techniek) het onderdeel van een vuurwapen dat een slaande beweging maakt als de trekker wordt overgehaald

Voorbeelden van "Haan" in een zin

  • De haan kraaide ons vroeg wakker.
  • De haan van het pistool.

Betekenis en uitleg van Haan

Een haan is een volwassen mannelijke kip, bekend om zijn kenmerkende gekraai, vooral in de vroege ochtend. Hij staat vaak symbool voor het begin van een nieuwe dag en heeft een prominente rol in de boerderij- en plattelandscultuur.

Het woord 'haan' wordt vaak gebruikt in de context van landbouw en dierenhouderij, maar kan ook figuurlijk worden gebruikt om iemand te beschrijven die zich op een uitgelaten wijze manifesteert. In gesprekken over het plattelandsleven of bij het beschrijven van het leven op een boerderij komt het woord vaak voor. Bovendien wordt de haan soms als symbool van moed en waakzaamheid gezien.

Voorbeelden

  • De haan kraaide luid en duidelijk, waardoor de hele boerderij ontwaakte.
  • Tijdens het feestmaal op het platteland vertelde de boer trots over zijn beste haan.
  • In de fabels komt de haan vaak voor als een personage dat de andere dieren waarschuwt voor gevaar.

Woordoorsprong

Het woord 'haan' stamt af van het Oudnederlands 'hana', verwant aan het Germaanse 'hanô'.

Veelgestelde vragen over Haan

Wat is de betekenis van Haan?

Haan betekent: (dierkunde) mannelijk dier bij de hoenderachtige vogels; vaak wordt het mannetje van het huishoen () bedoeld

Hoeveel betekenissen heeft Haan?

Haan heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft Haan?

Haan is een mannelijk (de).

Hoe gebruik je Haan in een zin?

Voorbeeld: “De haan kraaide ons vroeg wakker.

Etymologie

*(erfwoord) via Middelnederlands "hane" van Oudnederlands "hano", in de betekenis van ‘mannetje bij hoenderachtigen’ aangetroffen vanaf 701

Uitdrukkingen

  • Haantje de voorste zijnErgens als eerste bij zijn
  • Er kraait geen haan naar.Iets gebeurt geheel ongemerkt, of het kan niemand iets schelen
  • De gebraden haan uithangenOp een onverantwoordelijke manier veel geld uitgeven, bijv. aan eten en drinken
  • De haan en de vos hebben elkaar te gast.Als twee bedriegers samenwerken, zijn ze vaak toch alleen op eigen voordeel uit
  • Zijn haan moet altijd koning kraaien.Hij speelt steeds de baas
  • Zo rood zien als een kalkoense haanEen erg rood gezicht hebben, meestal door een emotie zoals woede of schaamte

Vertalingen

Engelsrooster, cock, trigger
Franscoq
DuitsHahn
Spaansgallo, gatillo
Italiaansgallo
Portugeesgalo
Russischпетух
Turkshoroz
Poolskogut
Zweedshöns
Deenshane