haantje-de-voorste

onzijdig (het)/ˌhancədəˈvorstə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon (persoon) iemand die de neiging heeft de eerste te willen zijn
    Hij is altijd al een haantje-de-voorste geweest, maar nu maakt hij het wel erg bont.

Etymologie

*; (samenkoppeling) van haantje, de en voorste