Haars
onzijdig (het)/haars/
Wat is de betekenis van Haars?
Haars betekent: van haar (zelfstandig naamwoord)"
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- van haar (zelfstandig naamwoord)"
voornaamwoord
- (verouderd) van zij en ze als vrouwelijk enkelvoud
- (verouderd) van zij en ze als meervoud
voornaamwoord
- (verouderd) (m) (van) haar
- (verouderd) (n) (van) haar
- (verouderd) (m) (van) hun, (van) haar (meervoud)
- (verouderd) (n) (van) hun, (van) haar (meervoud)
Voorbeelden van "Haars" in een zin
- Het is hier een kapperswinkel, eene tentoonstelling, een museum; het is hier de weelde der negentiende eeuw in al hare oververfijning en de afgoderij des haars in al hare dweepzucht.
- Desgelijks ook, dat de vrouwen, in een eerbaar gewaad, met schaamte en matigheid zichzelven versieren, niet in vlechtingen des haars, of goud, of paarlen, of kostelijke kleding;
- En de wereld is gered, als een iegeIijk maar gelooven wil, dat de Christus om haars wil leed en streed.
- (…) en is er naast de vroegere, bijna uitsluitend praktische richting eene zuiver theoretische ontstaan, die de talen niet als bloote middelen ter verkrijging van andere kennis aanmerkt; maar ze om haars zelfs wille beoefent, en ze als voorwerpen van wetenschappelijk onderzoek beschouwt, (…)
- En voldeed zij aan de begeerte haars vaders?
Etymologie
Categorie:Genitief in het Nederlands
Uitdrukkingen
- [1],[3] haars ondanks
- [1],[3] haars weegs
- [2],[4] in het zweet haars aanschijns
- [2],[4] haars inziens
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek