Haker

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die haakt
    Lossen en stokjes; meer steken zijn er niet nodig voor dit babydekentje. En dat is leuk, want daarmee is het ook voor een beginnende haakster –of haker– een haalbaar project. Reformatorisch Dagblad Roosmarijn Reijnoudt 29-01-2018 [https://www.rd.nl/meer-rd/consument/babydekentje-in-wafelsteek-haken-1.1463277 Babydekentje in wafelsteek haken]

Etymologie

* van haken