haken

/ˈhakə(n)/

Wat is de betekenis van haken?

haken betekent: (intr) met een haak vastzitten

Betekenis

werkwoord
  1. intr (intr) met een haak vastzitten
  2. intr (intr) vast blijven hangen onder vorming van een haak (lus)
  3. ov (ov) (met een haaknaald) een weefsel maken door het aanbrengen van lussen
  4. ov (ov) bevestigen d.m.v. een haak
  5. verouderd, inerg (verouderd) (inerg) ~ naar verlangen of streven naar

Voorbeelden van "haken" in een zin

  • mijn jas bleef aan de deur haken
  • Oma was een expert in haken, breien en borduren
  • 't Is wijsheid, 't zijn deugden, naar welken ik haak.Laatste regel van Het vrolijk leeren, uit: Kleine gedigten voor kinderen van {{w|nl|Hieronymus van Alphen|Hieronymus van Alphen

Betekenis en uitleg van haken

Haken zijn vaak gebogen of scherpe punten die gebruikt worden om dingen aan te hechten of vast te maken. Denk bijvoorbeeld aan de haak van een kledinghanger of de haken in een vissersnet. Het woord kan ook figuurlijk gebruikt worden, zoals in een gesprek dat een onverwachte wending neemt.

Je gebruikt 'haken' vaak als je het hebt over het vastmaken van objecten, zoals bij handwerken of in de bouw. In een meer figuurlijke zin kan het ook betekenen dat iets afwijkt van het oorspronkelijke pad, zoals een discussie die onverwacht een andere kant op gaat. De nuance ligt in het idee van vastgrijpen of afwijken, afhankelijk van de context.

Voorbeelden

  • Ze gebruikte een haak om de schilderijlijst aan de muur te bevestigen.
  • Tijdens de vergadering maakten we een aantal haken in onze discussie, waardoor we nieuwe ideeën ontdekten.
  • De visser gooide zijn lijn uit en hoopte dat de haak snel een grote vis zou vangen.

Woordoorsprong

Het woord 'haken' komt van het Oudgermaanse 'hōka', wat 'haak' of 'lus' betekent. Dit is verwant aan andere woorden in verschillende Germaanse talen die een vergelijkbare betekenis hebben.

Veelgestelde vragen over haken

Wat is de betekenis van haken?

haken betekent: (intr) met een haak vastzitten

Hoeveel betekenissen heeft haken?

haken heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je haken in een zin?

Voorbeeld: “mijn jas bleef aan de deur haken

Etymologie

*afgeleid van haak

Vertalingen

Engelshitch on, hook, hook on
Spaanshacer a ganchillo, hacer crochet, hacer ganchillo