haken

/ˈhakə(n)/

Wat is de betekenis van haken?

haken betekent: (intr) met een haak vastzitten

Betekenis

werkwoord
  1. intr (intr) met een haak vastzitten
  2. intr (intr) vast blijven hangen onder vorming van een haak (lus)
  3. ov (ov) (met een haaknaald) een weefsel maken door het aanbrengen van lussen
  4. ov (ov) bevestigen d.m.v. een haak
  5. verouderd, inerg (verouderd) (inerg) ~ naar verlangen of streven naar

Voorbeelden van "haken" in een zin

  • mijn jas bleef aan de deur haken
  • Oma was een expert in haken, breien en borduren
  • 't Is wijsheid, 't zijn deugden, naar welken ik haak.Laatste regel van Het vrolijk leeren, uit: Kleine gedigten voor kinderen van {{w|nl|Hieronymus van Alphen|Hieronymus van Alphen

Etymologie

*afgeleid van haak

Vertalingen

Engelshitch on, hook, hook on
Spaanshacer a ganchillo, hacer crochet, hacer ganchillo