Hamerslag

mannelijk (de)/ˈhamərˌslɑx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. metallurgie (metallurgie) afspringende ijzerschilfers
  2. metallurgie, scheikunde (metallurgie), (scheikunde) een harde laag ijzer(II,III)oxide (Fe3O4) die ontstaat na het warm walsen van staal
  3. schilderkunst (schilderkunst) een verfsoort met een speciaal effect waardoor het geverfde oppervlak enigszins lijkt op een gehamerd oppervlak
zelfstandig naamwoord
  1. gereedschap (gereedschap) slag met een hamer
    Elke dag die ze telde, gaf een hamerslag op het besef. Ze voelde medelijden met het kind in haar buik dat er ook niks aan kon doen en vervloekte haar atheïstische opvoeding die het onmogelijk maakte voor de vrucht te bidden.
    Met een hamerslag opende voorzitter Reince Priebus het vier dagen durende evenement. Ook werd bij de opening een moment stilte ingelast voor de doodgeschoten politieagenten in Baton Rouge.
  2. juridisch (juridisch) recht om via het terrein van de buurman reparaties aan het eigen huis uit te voeren
  3. juridisch (juridisch) de slag met de hamer van de voorzitter waarmee een vergadering wordt geopend en gesloten