hamel

mannelijk (de)/ˈhaməl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde, landbouw (dierkunde) (landbouw) gecastreerde ram
    De hamel overleed door de ziekte.
zelfstandig naamwoord
  1. landbouw (landbouw) larve van insecten die wortels aanvreet

Etymologie

*vergelijk "hamel"

Vertalingen

Engelswether
DuitsHammel, Schöps