hamel
mannelijk (de)/ˈhaməl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (dierkunde) (landbouw) gecastreerde ramDe hamel overleed door de ziekte.
zelfstandig naamwoord
- (landbouw) larve van insecten die wortels aanvreet
Etymologie
*vergelijk "hamel"
Vertalingen
Engelswether
DuitsHammel, Schöps
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek