woorden
boek
Start
›
H
›
Handboog
Handboog
mannelijk (de)
/ˈhɑndbox/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het deel van de pijl en boog dat men vasthoudt en niet wegschiet
Hij neemt altijd zijn eigen handboog mee naar de pijl-en-boogschietlessen.
Verwante woorden
hand
hand in hand
hand-en-spandiensten
hand-out
hand-outs
handaandrijving
handafdruk
handafdrukken
handafsluiter
handafwasmiddel
handalfabet
handappel
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← handbomen
handbooggilde →