Haver
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) éénjarig graangewas dat behoort tot de Grassenfamilie
- (graan), (voeding) zaden van het graangewas- Want hoewel we misschien om de wonderlijke charme van zijn definitie van 'olifant' lachen, of van haver (een graangewas dat in Engeland over het algemeen aan paarden wordt gegeven, maar in Schotland de mensen voedt') of 'lexicograaf (een schrijver van woordenboeken; een onschadelijke zwoeger die zich bezighoudt met het opsporen van de oorsprong en het nauwkeurig beschrijven van de betekenis van woorden'), we kunnen alleen maar versteld staan van zijn aanpak van, zeg maar, het werkwoord take. Johnson gaf met ondersteunende citaten niet minder dan 113 betekenissen van de transitieve vorm van dit werkwoord en 21 van de intransitieve. {{Aut|Winchester, Simon
Etymologie
* (erfwoord): Middelnederlands hāver(e), ontwikkeld uit Oergermaans *habran-; etymologie onzeker, mogelijk verwant met *hagran- ‘dravik’ (waaruit Noors, Zweeds dial. hagre ‘haver’, Deens hejre ‘dravik’), bij Indo-Europees *kokro-, waartoe ook Nieuwiers coirce ‘haver’ behoort. Evenals Nederduits Haver, Duits dial. Haber en Zweeds havre.
Uitdrukkingen
- De paarden die de haver verdienen, krijgen ze niet. — Wie hard werkt, krijgt geen – of niet altijd een – passende beloning
- Geef het veulen geen haver en het kind geen brandewijn. — Kleine kinderen moeten niet hetzelfde worden behandeld als volwassenen
- Iemand van haver tot gort kennen — Iemand heel goed kennen
- Van haver tot gort vertellen — Iets helemaal vertellen
Vertalingen
Engelsoat, common oat
Fransavoine, avoine cultivée
DuitsHafer
Spaansavena
Italiaansavena, avena comune
Portugeesaveia, aveia-comum
Russischовёс посевной, овёс, овёс посевной
Chinees燕麦
Japansエンバク, 燕麦
Koreaans귀리
Arabischشوفان
Turksyulaf
Poolsowies, owies zwyczajny
Zweedshavre
Deenshavre, almindelig havre
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek