Hommeles

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een ruzieachtige, rumoerige, lawaaierige toestand
    Meer nog dan in Canada hadden Juliana en Bernhard conflicten over hun opvoeding. Al de eerste avond op Soestdijk was het hommeles. Trix kreeg een standje van haar vader omdat ze met haar mond vol praatte en steak en ice cream wilde in plaats van sole à la meunière, Irene omdat ze haar voet op de zitting onder zich legde, Margriet omdat ze met haar lepel op haar bord sloeg." Het ergerde hem mateloos dat ze zonder kloppen zijn kamer binnenstormden en zijn secretaris bij zijn voornaam noemden. {{Aut|Withuis, Jolande
    Ze vertelde ook dat ze gehoord had dat mevrouw Beulinger na haar bezoek helemaal ingestort was en haar bed niet meer uitkwam. ` Maar wat is er dan aan de hand?' vroeg ik. `Geen idee, maar je weet hoe die dingen gaan: als er eenmaal hommeles is dan is er hommeles{{Aut | Pefko, David

Etymologie

* van hommelen

Uitdrukkingen

  • Het is hommeleser is ruzie
  • hommeles hebben met iemandruzie hebben met iemand