Honig
mannelijk (de)/ˈhonɪx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (imkerij) honingIedereen denkt dat honig heel gezond is, maar het is natuurlijk vooral heel veel suiker.
Uitdrukkingen
- Iemand honig om de mond smeren — iemand vleien [https://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_0950.phpv938 Stoett www.dbnl.org]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek