Houwen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) iets met een scherp werktuig trachten af te hakkenIn de veldslag hieuwen de ridders met hun zwaarden in het rond.Buiten waren kreten en politiefluitjes te horen en het geluid van houwende machetes die ijzer of mensen raakten, er kwamen steeds meer politiefluitjes bij en in de verte was het geklepper van paardenhoeven te horen.
- (inerg) het laten ontstaan door houwenDe beeldhouwer was in zijn atelier een waar kunstwerk aan het houwen.'Daar stonden ze, helm aan helm, geweer aan geweer, als in steen gehouwen. Ik werd met trots vervuld dat ik het bevel mocht voeren over een handvol mannen die mogelijk in stukken konden worden gereten maar zich niet lieten overwinnen. Op dit soort momenten triomfeert de menselijke geest over de enorme kracht van de materie.
Etymologie
* In de betekenis van ‘slaan, afhakken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1260
Vertalingen
Engelshew, hack
Duitshauen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek