houw

mannelijk (de)/ɦʌu/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een slag met een scherp voorwerp
    Met krachtige houwen voltooide de kunstenaar zijn beeldhouwwerk.
  2. harde klap

Etymologie

* In de betekenis van ‘hak, slag’ voor het eerst aangetroffen in 1170

Vertalingen

Engelsgash
Franscoup
Spaanstajo, tajadura