houw
mannelijk (de)/ɦʌu/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een slag met een scherp voorwerpMet krachtige houwen voltooide de kunstenaar zijn beeldhouwwerk.
- harde klap
Etymologie
* In de betekenis van ‘hak, slag’ voor het eerst aangetroffen in 1170
Vertalingen
Engelsgash
Franscoup
Spaanstajo, tajadura
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek