opdoffer

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een harde klap of klap tegen een lichaamsdeel
    Ze had zaterdag geprobeerd haar tegenstander Yutong Han te passeren in een ultieme poging om de afstand te winnen. De Chinese kwam in de verdrukking en gleed weg, Schulting meenemend in haar val. Schultings nek kreeg een flinke opdoffer toen ze tegen de boarding belandde. Volkskrant Erik Van Lakerveld 13 februari 2017
  2. een flinke tegenslag
    Maar al snel volgde de eerste opdoffer van de avond. Miric kon na een dubbele save van Boeckx van dichtbij binnentrappen. Nog voor de rust kreeg paars-wit een tweede kaakslag. Na een knappe Lokerse aanval over verschillende stationnetjes werkte Skúlason mooi overhoeks af, al ging Boeckx niet volledig vrijuit. de Standaard ZATERDAG 9 SEPTEMBER 2017
    De Cleene is naar eigen zeggen zwaar gedupeerd. ,,Ik moet niet alleen weken wachten op een nieuw gebit maar het is ook een financiële opdoffer want het kostte 4.000 euro.” Tubantia Caspar Naber 07-09-2017

Etymologie

* van opdoffen

Vertalingen

Engelspunch