Judas

mannelijk (de)/ˈjʏdɑs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. pejoratief (pejoratief) onbetrouwbaar persoon
  2. bouwkunde (bouwkunde) kijkgaatje in een deur
    Een celdeur met een judas .

Etymologie

**[2] via "judas"

Vertalingen

Engelsjudas, judashole, peephole
Fransjudas