Kader
onzijdig (het)/ˈkadər/
Wat is de betekenis van Kader?
Kader betekent: rand die om iets (m.n. een afbeelding of schilderij) heen wordt aangebracht
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- rand die om iets (m.n. een afbeelding of schilderij) heen wordt aangebracht
- (figuurlijk): situationele context, raamwerk, verband, achtergrond
- (bedrijfskunde) (meervoud) leidinggevende medewerkers in een organisatie
Voorbeelden van "Kader" in een zin
- Die prent behoeft geen kader.
- In het kader van de bezuinigingen wordt de uitgave met de helft verminderd.
- 'Joodse wijk? Nee, die bordjes zijn vorig jaar bevestigd in het kader van een multicultureel project van de gemeente.
- Door de hele oostelijke Griekssprekende rijkshelft werden wedstrijden georganiseerd in traditionele Griekse stijl, maar wel vaak in het kader van de Romeinse keizercultus.
- De vakbond heeft meer kaders nodig.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘frame, lijst’ voor het eerst aangetroffen in 1816
Vertalingen
Engelscadre, frame, framework
DuitsRahmen, Rahmen, Zusammenhang
Spaanscuadro, marco, recuadro
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek