Kaninefaat

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. lid van een Keltisch-Germaanse volk vermeld in Romeinse bronnen, dat vermoedelijk leefde aan de Noordzeekust in het huidige Noord-Holland ten tijde van de Romeinse aanwezigheid in Nederland

Etymologie

*Over de oorsprong van de naam lopen de meningen uiteen. Kaninefaat zou Germaans zijn voor 'konijne-eter'. Een andere verklaring is gerelateerd aan een Romeinse oorsprong: 'canis' = hond. In dat geval zou worden bedoeld een volk dat joeg met (hazewind)honden, zoals van de Kelten bekend is.