Kooiker
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- houder van een eendenkooi
Etymologie
* In de betekenis van ‘houder van een eendenkooi’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1856
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* In de betekenis van ‘houder van een eendenkooi’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1856