Krol

mannelijk/vrouwelijk (de)/krɔl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kookkunst (kookkunst) zacht wit broodje met daarin veel anijszaad
    Dan in een lange rol rollen en vormen als in een krol of gewoon als bolletje gaat natuurlijk ook. De krollen/bolletjes op bakpapier op de bakplaat leggen en weer afdekken met een theedoek nu 60 minuten laten rijzen bij lauwe temperatuur en daarna 10 a 12 min afbakken in een oven van 230 graden.
  2. bouwkunde (bouwkunde) ornament dat wat uitsteekt, met sterk of meermaals gebogen vormen
    Het hoekhuis stond ooit bekend als het huis "waar de krol (dat wil zeggen krul) in de gevel staat".
  3. verouderd (verouderd) sterk of meermaals gebogen vorm, zoals een gekrulde haarlok
    {{ouds
  4. verouderd (verouderd) verschijnsel dat iets een gekrulde vorm heeft of aanneemt
    Het zotteke draait zich in een krol tegen haar buik en grolt eens. Madame aait het hondje en kijkt misnoegd naar het leege speelplein.
  5. kleding, historisch (kleding) (historisch) warme muts of hoed
    {{ouds
    {{ouds
zelfstandig naamwoord
  1. spoorwegen (spoorwegen) hijskraan of graafmachine die door een onderstel met extra wielen ook op spoorrails kan rijden
    Twee treinen, een goederentrein van railtransportbedrijf DB Cargo en een dubbeldekker van NS kwamen in botsing met een zogeheten krol, een kraan op wielen die wordt gebruikt bij werkzaamheden aan het spoor.
    Vlak voor het perron van Voorschoten botst de trein op een groengele ‘krol’, jargon voor ‘kraan op lorries’, van BAM.

Etymologie

*[B] (letterwoord) van kraan op lorries