Leest

mannelijk/vrouwelijk (de)/lest/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een houten of metalen vorm waarop een schoen vervaardigd of gerepareerd wordt
    De leest is het attribuut van de schoenreparateur
  2. verouderd (verouderd) de gedaante van een lichaam
    Zij heeft dezelfde schone leest als haar tweelingzus.

Etymologie

* In de betekenis van ‘schoenvorm’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1330

Uitdrukkingen

  • Schoenmaker blijf bij je leest!Bemoei je niet met zaken waar je geen verstand van hebt!
  • Op dezelfde leest geschoeidOp dezelfde wijze gemaakt, identiek

Vertalingen

Engelslast, waist
Fransforme, taille
DuitsLeisten, Wuchs