Made
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈmadə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (dierkunde) pootloze larve van een "vlieg" of "mug"
- (landbouw) een stuk grasland dat gemaaid of geweid wordt
Etymologie
* In de betekenis van ‘weide, hooiland’ voor het eerst aangetroffen in 796
Vertalingen
Engelsmaggot, grub, meadow
Fransver, asticot
DuitsMade, Wiese
Spaanslarva, gusano
Italiaansbaco, verme
Poolslarwa, czerw
Zweedslarv, maggot, likmask
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek