Mager
/ˈma.χər/
Wat is de betekenis van Mager?
Mager betekent: dun [1], erg slank (veelal op een manier die niet echt gezond is); schraal, tenger
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- dun [1], erg slank (veelal op een manier die niet echt gezond is); schraal, tenger
- niet of nauwelijks vet bevattend
- onvruchtbaar
- waarin een belangrijke basisstof minder dan in de gebruikelijke hoeveelheid aanwezig is
Voorbeelden van "Mager" in een zin
- Zo werd op een winderige dag in november een kleine magere jongen binnengelaten bij de Sint en zijn honderd Pieten.
- Magere of halfvolle melk.
- Mager soldeersel heeft minder tin dan lood.
Etymologie
van Middelnederlands mager / magher, in de betekenis van ‘dun’ aangetroffen vanaf 1240
Vertalingen
afmaer, skraal
camagre
Deensmager, tynd
Duitsmager
Engelslean, slim, skinny, slender, meager
eomagra, maldika, malgrassa
Fransmaigre
fymeager
iomagra
Italiaansmagro
lapetilus
papflaku, delegá, flako
Portugeesmagro
Spaansenjuto, magro, flaco, delgado
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek