Neer

vrouwelijk (de)/ner/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. stroming die tegen de hoofdstroom ingaat waardoor draaikolken ontstaan
  2. natuurkunde (natuurkunde) naam voor een van de zes quarks waaruit elementaire deeltjes zijn opgebouwd
  3. landbouw, verouderd (landbouw) (verouderd) deel van boerderij met vlakke bodem waar graan wordt gedorst
  4. verouderd (verouderd) middelen van bestaan
  5. licht, lamp

Etymologie

#: neerploffen:

Vertalingen

Engelsdown
Spaansabajo
Russischвниз