Neer
vrouwelijk (de)/ner/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- stroming die tegen de hoofdstroom ingaat waardoor draaikolken ontstaan
- (natuurkunde) naam voor een van de zes quarks waaruit elementaire deeltjes zijn opgebouwd
- (landbouw) (verouderd) deel van boerderij met vlakke bodem waar graan wordt gedorst
- (verouderd) middelen van bestaan
- licht, lamp
Etymologie
#: neerploffen:
Vertalingen
Engelsdown
Spaansabajo
Russischвниз
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek