Nol

mannelijk/vrouwelijk (de)/nɔl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleine verhoging in het terrein
    Zie je die nol daar?
  2. waterbeheer (waterbeheer) resterend overblijfsel van een voor het overige weggevallen dijk dat uitsteekt in het water
    Vijf windmolens bij de Grote Nol dekken hele Thoolse stroombehoefte
  3. slaapje, dutje
    Ik heb even een nol gedaan.

Etymologie

*van Middelnederlands "nolle"