Noordzeestrand

onzijdig (het)/nortˈsestrɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aardrijkskunde (aardrijkskunde) strook met zand bedekt land langs de kust van het water tussen Groot-Brittannië, Noorwegen, Denemarken, Duitsland, Nederland en België
    Terwijl Nederland maandenlang in korte broek, T-shirt of een luchtige zomerjurk ronddartelde, of zich in half ontblote toestand uitvouwde in het mulle zand van een Noordzeestrand, zaten zij binnen.
    Het aantal aangespoelde bruinvissen langs de Noordzeestranden is de afgelopen drie decennia toegenomen.