Per

/pɛr/

Betekenis

voorzetsel
  1. door middel van, met (geeft aan wat wordt gebruikt om een bestemming te bereiken)
    Per fiets, per boot.
    Per post, per sms.
  2. volgens, op basis van (geeft aan in welke categorieën iets wordt ingedeeld)
    Lijsten van musea per land.
  3. in getalsmatige verhouding met, over een periode van, over een afstand van
    Driemaal per dag.
    5 liter per 100 kilometer.
  4. met ingang van, vanaf (geeft aan wanneer iets begint te gelden)
    De nieuwe wet wordt per 1 januari 2007 van kracht.
    De trainer werd per direct ontslagen.
  5. door, wegens (geeft een oorzaak of reden aan)
    Per ongeluk.
    Per abuis.

Etymologie

*van Latijn """, in de betekenis van ‘voorzetsel’ voor het eerst aangetroffen in 1579

Vertalingen

Engelsby, by means of, through
Spaanspor medio de, por, por