Scheepswerf

vrouwelijk (de)/ˈsxepswɛrᵊf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) een aan het water gelegen werkgebied waar schepen gebouwd worden
    "Roemenen werken op Nederlandse scheepswerf voor 1 euro per uur" [http://www.nu.nl/ondernemen/4225333/roemenen-werken-nederlandse-scheepswerf-1-euro-per-uur.html www.nu.nl]
    Uit eigen beweging vertelde hij mij dat hij afkomstig is van het eiland Kreta, dat de Europese beschaving daar is ontstaan, dat dat geen toeval is, dat hij eigenaar is van een rederij en scheepswerf in Heraklion, dat dat hard werken is maar dat hij zich graag inspant voor de mensheid en dat hij de economische crisis goed was doorgekomen omdat hij anders dan de meesten van zijn concurrenten al jaren geleden had begrepen dat de toekomst buiten Europa lag.

Etymologie

* met klankverandering i - ee (: /ɪ/ -/e/)

Vertalingen

Engelsshipyard
Franschantier naval
Spaansastillero
Italiaanscantiere navale
Japans造船所
Poolsstocznia