Schoffel

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsxɔfəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gereedschap (gereedschap) een horizontaal liggend scherp geslepen mes van staal dat bevestigd is aan een houten steel
    Omdat hij een hekel had aan wieden gebruikte hij zo veel mogelijk de schoffel.

Etymologie

*afgeleid van het sterke werkwoord schuiven

Vertalingen

Engelsweeder
Fransbinette
DuitsStoßhacke, Hacke
Spaansescardillo, sacho