Schudde
mannelijk (de)/ˈsxʏdə/
Betekenis
werkwoord
- aanvoegende wijs van schudden.
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) constructie om mensen door ophanging te doden
- (verouderd) iemand die in zijn levensonderhoud voorziet door anderen geld afhandig te maken
Etymologie
*: via "schudvork" of direct van "schudden"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek