Sim
Wat is de betekenis van Sim?
Sim betekent: (visserij) lijn van een hengel
Betekenis
- (visserij) lijn van een hengel
- (visserij) drijver aan een hengelsnoer die gaat bewegen als een vis in het aas hapt
- (visserij) touw om een visnet dicht te trekken of uit te spannen
- kaartje dat een telefoonbedrijf aan een abonnee verstrekt om in een mobiele telefoon te plaatsen zodat die toegang krijgt tot het netwerk
- (primaten) (verouderd) benaming voor primaat uit de infraorde
- (figuurlijk) (pejoratief) (verouderd) iemand die zich onbehoorlijk gedraagt
- (bloemplanten) bepaald soort tropische bonenplant
- (voeding) peul van
- (voeding) boon van
- (voeding) rugstuk van een hert of ree
Betekenis en uitleg van Sim
Een 'sim' is een soort kaart die je in je telefoon of ander mobiel apparaat plaatst, zodat je verbinding kunt maken met een mobiel netwerk. Het zorgt ervoor dat je kunt bellen, sms'en en internetten, waar je ook bent.
Het woord 'sim' wordt vaak gebruikt in de context van mobiele telefonie en internetverbindingen. In het dagelijks leven hoor je het bijvoorbeeld als mensen het hebben over het vervangen van een simkaart of het kiezen van een sim-only abonnement. Het is een essentieel onderdeel voor de meeste moderne communicatiemiddelen en speelt een grote rol in onze verbondenheid.
Voorbeelden
- Zorg ervoor dat je je simkaart goed in je nieuwe telefoon plaatst, anders heb je geen bereik.
- Bij het reizen naar het buitenland kun je het beste een lokale sim kopen om hoge kosten te vermijden.
- Als je je sim verliest, moet je contact opnemen met je provider om een nieuwe aan te vragen.
Woordoorsprong
Het woord 'sim' is afgeleid van het Engelse 'SIM card', wat staat voor 'Subscriber Identity Module'.
Veelgestelde vragen over Sim
Wat is de betekenis van Sim?
Sim betekent: (visserij) lijn van een hengel
Hoeveel betekenissen heeft Sim?
Sim heeft 10 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Wat zijn synoniemen van Sim?
Synoniemen van Sim zijn: zim, hengelsnoer, dobber, simkaart, aap.
Etymologie
*[E] mogelijk (verkorting) van "simmer" dat via "Ziemer" teruggaat op "cimier"