Spiering
mannelijk (de)/ˈspirɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (straalvinnigen) bepaald soort klein zilverwit visje, , dat voorkomt in zowel zoet- als zoutwaterHij heeft spieringen in zijn aquarium.
- (voeding) bepaald stuk varkensvlees, afkomstig van de schouder of nek
Etymologie
*(erfwoord) via Middelnederlands "spierinc" van Oudnederlands "spierink", wellicht afgeleid van spier , in de betekenis van ‘beenvis’ voor het eerst aangetroffen in 1210
Vertalingen
Engelssmelt
Franséperlan
DuitsStint
Spaanseperlano
Portugeeseperlano
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek