spieden

/ˈspidə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. stiekem kijken
    We hebben veel bekijks. Terwijl we in het begin nog ongestoord konden spieden, worden we nu zelf een attractie. ‘Smile, this is Brussels’, roept een ober, wanneer we blijkbaar wat te geconcentreerd - nog steeds op z’n Egyptisch - langs toeristische restaurants slingeren. In de Nieuwstraat filmen ketjes ons geamuseerd met hun smartphones, terwijl wij hun bewegingen mentaal vastleggen op ons netvlies. de Standaard ZATERDAG 7 OKTOBER 2017
    De geheime dienst AIVD en de militaire inlichtingendienst MIVD mogen vanaf nu op veel grotere schaal spieden in mobieltjes en computers. De Eerste Kamer nam hiervoor gisteravond een wet aan. Tubantia Tobias den Hartog 12-07-17

Etymologie

* van Middelnederlands "spien"

Vertalingen

Engelswatch, observe, spy on