Tromp
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (veroud.) iets wat een doffe klank voortbrengt (blaashoorn, midwinterhoorn, olifantssnuit, geweer, kanon)
- (veroud.) het mondstuk van een geweer of andersoortige vuurmond, waarlangs vroeger de munitie werd ingebracht
- het mondstuk van een brandweerslang
- de slurf van een olifant
- koepel of overgangslid om een vierhoekige onderbouw te geleiden naar een veelhoekige of ronde bovenbouw
- (veroud.) blazen op een trompet
- het blazen van een olifant
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek