trombose

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) de vorming van een bloedprop in een bloedvat of het hart

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bloedstolsel in bloedbaan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1860

Vertalingen

Engelsthrombus, blood clot
Fransthrombus
DuitsThrombose
Spaanstrombosis
Italiaanstrombosi
Japans血栓
Poolszakrzep