Wonder

onzijdig (het)/ˈwɔndər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een gebeurtenis waaraan een bovennatuurlijke oorsprong toegeschreven wordt en die men niet anderszins logisch kan verklaren
    Het was echt een wonder dat hij dat ongeluk overleefd heeft.
  2. een natuurlijke gebeurtenis die eigenlijk zo bijzonder is dat het wel een bovennatuurlijke oorsprong lijkt te hebben
    Ik geloof in de kracht van de natuur, in het wonder van de seizoenen, en de elementen die continu in beweging zijn.
  3. een natuurlijke handeling die een probleem wel heel goed weet op te lossen
    Gelukkig deden af en toe ’s avonds een jointje, minder werken, minder koffie en vlees en vaker hardlopen en zwemmen wonderen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘mirakel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901

Uitdrukkingen

  • wonder boven wonderheel erg bijzonder, heel onwaarschijnlijk

Vertalingen

Engelswonder, miracle
Fransmiracle
DuitsWunder
Spaansmilagro
Portugeesmilagre
Poolscud
Zweedsunder