Zeis
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (landbouw) (gereedschap) landbouwwerktuig bestaande uit een lang gebogen mes dat bevestigd is aan een steel met twee handvatten, dienende om lang gras of graan te maaien
Etymologie
* (erfwoord): Verkort uit nog dialectisch zeisen, zeisem, uit Middelnederlands seisene, seinse (waarvan dial. zeinse, zense en Afrikaans sens), seine (waaruit dial. zein), ontwikkeld uit West-Germaans *seg-isnō- ~ -asnō-, afleiding van *seg- ‘snijden’ (waarvoor zie zaag, zegge). Evenals Nederduits Sees, Duits Sense en Fries seine.
Vertalingen
Engelsscythe
Fransfaux
DuitsSense
Spaansguadaña
Italiaansfalce
Portugeesgadanha
Russischкоса
Poolskosa
Zweedslie
Deensle
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek