Zeis

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van Zeis?

Zeis betekent: (landbouw) (gereedschap) landbouwwerktuig bestaande uit een lang gebogen mes dat bevestigd is aan een steel met twee handvatten, dienende om lang gras of graan te maaien

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. landbouw, gereedschap (landbouw) (gereedschap) landbouwwerktuig bestaande uit een lang gebogen mes dat bevestigd is aan een steel met twee handvatten, dienende om lang gras of graan te maaien

Betekenis en uitleg van Zeis

Een zeis is een handgereedschap dat bestaat uit een lange, gebogen metalen snijkant aan een houten heft. Het wordt vooral gebruikt voor het maaien van gras of gewas, en heeft een unieke, elegante uitstraling die teruggaat tot vroegere tijden.

De zeis wordt vaak gebruikt in de landbouw en tuinbouw, vooral om gras of gewassen te maaien op plekken waar machines niet kunnen komen. Het vereist een zekere techniek om effectief te gebruiken, en het is ook een symbool van ambachtelijkheid en traditionele landbouwmethoden. In sommige culturen wordt de zeis zelfs gezien als een symbool van de dood, vanwege de associatie met de 'doodszeis'.

Voorbeelden

  • Met de zeis maaide hij het hoge gras langs het pad, terwijl de zon langzaam onderging.
  • De boer hing zijn zeis aan de schuurdeur, klaar voor de oogsttijd die eraan kwam.
  • Tijdens de historische reenactment demonstreerde hij hoe je met een zeis op traditionele wijze graan kon maaien.

Woordoorsprong

Het woord 'zeis' komt van het Oudnederlands 'sīsa', dat verwant is aan soortgelijke woorden in andere Germaanse talen, zoals het Duitse 'Sense'.

Veelgestelde vragen over Zeis

Wat is de betekenis van Zeis?

Zeis betekent: (landbouw) (gereedschap) landbouwwerktuig bestaande uit een lang gebogen mes dat bevestigd is aan een steel met twee handvatten, dienende om lang gras of graan te maaien

Welk woordgeslacht heeft Zeis?

Zeis is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Etymologie

* (erfwoord): Verkort uit nog dialectisch zeisen, zeisem, uit Middelnederlands seisene, seinse (waarvan dial. zeinse, zense en Afrikaans sens), seine (waaruit dial. zein), ontwikkeld uit West-Germaans *seg-isnō- ~ -asnō-, afleiding van *seg- ‘snijden’ (waarvoor zie zaag, zegge). Evenals Nederduits Sees, Duits Sense en Fries seine.

Vertalingen

Engelsscythe
Fransfaux
DuitsSense
Spaansguadaña
Italiaansfalce
Portugeesgadanha
Russischкоса
Poolskosa
Zweedslie
Deensle