zeispreuk

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van zeispreuk?

zeispreuk betekent: een apologisch gezegde met zelfspot, vaak in de vorm van een bekend gezegde met een ironische toevoeging waarin het woord zei voorkomt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een apologisch gezegde met zelfspot, vaak in de vorm van een bekend gezegde met een ironische toevoeging waarin het woord zei voorkomt

Voorbeelden van "zeispreuk" in een zin

  • «"Kruis of munt" zei de non en trouwde de bankier» is een zeispreuk.

Veelgestelde vragen over zeispreuk

Wat is de betekenis van zeispreuk?

zeispreuk betekent: een apologisch gezegde met zelfspot, vaak in de vorm van een bekend gezegde met een ironische toevoeging waarin het woord zei voorkomt

Welk woordgeslacht heeft zeispreuk?

zeispreuk is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Hoe gebruik je zeispreuk in een zin?

Voorbeeld: “«"Kruis of munt" zei de non en trouwde de bankier» is een zeispreuk.

Etymologie

*hier komt de etymologie van het woord-->