zeisen
vrouwelijk (de)/ˈzɛisə(n)/
Wat is de betekenis van zeisen?
zeisen betekent: (verouderd) "zeis"
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) "zeis"
werkwoord
- (ov) met een zeis grassen of granen maaien
Voorbeelden van "zeisen" in een zin
- Zij moesten een zeisen gaan halen in de schuur en dan naar 't klaverland, heel de bende.
- Och, Ammon, rand vrij Jeptha met uw zwaarden zeisen aan, het staat hem licht te sneven.
- Kees Perquin (boswachter), Bernard Felix (vrijwilliger Landschap Noord Holland) en stagiair Sietze Dijkstra zijn vast van plan de giftige exoot vandaag een kopje kleiner te zeisen.
- Wij trokken erop uit om voer voor de konijnen te sikkelen en te zeisen, en op het middaguur werd er, à la Manet, ‘gedejeuneerd’ op het gras...
Etymologie
*: "zeis"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek