aalmoezenier
mannelijk (de)/almuzəˈnir/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) rooms-katholieke geestelijke voor militairen, gevangenen en leden van jeugdbewegingen
Etymologie
*afgeleid van aalmoes
Vertalingen
Engelsalmoner, chaplain
Fransaumônier
DuitsMilitärgeistlicher, Feldgeistlicher
Spaanscura castrense, limosnero
Italiaanselemosiniere
Zweedsallmoseutdelare
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek