aanbreek
ˈambrek
Wat is de betekenis van aanbreek?
aanbreek betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanbreken
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanbreken
Voorbeelden van "aanbreek" in een zin
- ... dat ik aanbreek.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek