aandoenlijkheid
vrouwelijk (de)/an'dunləkhɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- emotioneel geraakt kunnen wordenDe tegenstrijdige karakters van Frank en Lu en hun aandoenlijkheid staan garant voor humoristische taferelen en verrassende wendingen.Maar ik zag op YouTube het filmpje Taakverdeling tussen man en vrouw met De Bie en... Leny Breederveld. Die moet zeker op de lijst, dacht ik. Ze heeft een mengeling van geestigheid en aandoenlijkheid.
- emotioneel kunnen rakenPas wanneer het podium pijlsnel wordt omgebouwd tot jaren vijftig-garage lijkt ze losser te komen. True Blue wint aan aandoenlijkheid als ze het sober speelt op een klein gitaartje, waarna Deeper and Deeper in zijn originele vorm juist weer een onweerstaanbare throwback naar begin jaren negentig is.
Etymologie
* afleiding van aandoenlijk
Vertalingen
Engelsdelicacy, sensibility, sensitivity
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek