aandraaien

/ˈandrajə(n)/

Wat is de betekenis van aandraaien?

aandraaien betekent: (ov) vaster draaien

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) vaster draaien
  2. ov (ov) iets met een draaiknop in werking stellen

Voorbeelden van "aandraaien" in een zin

  • Ik heb het boutje iets te strak aangedraaid.
  • 'Als ik jullie was, zou ik bij hem de duimschroeven een beetje extra aandraaien .
  • Hij draaide de radio aan, stak een sigaret op en begon eten klaar te maken.

Betekenis en uitleg van aandraaien

Aandraaien betekent het stevig vastzetten of aanspannen van een object door middel van een draaibeweging. Het wordt vaak gebruikt voor het bevestigen van schroeven, moeren of andere bevestigingsmiddelen.

Je gebruikt het woord 'aandraaien' meestal in technische of praktische contexten, zoals bij het monteren van meubels of het repareren van apparaten. Het suggereert niet alleen dat iets vastgezet wordt, maar ook dat er een zekere kracht of precisie vereist is om ervoor te zorgen dat het goed vastzit. Het kan ook een gevoel van zorgvuldigheid impliceren, vooral als het gaat om belangrijke onderdelen.

Voorbeelden

  • Voordat je de tafel in elkaar zet, moet je eerst alle schroeven goed aandraaien.
  • Na het vervangen van de band op mijn fiets, heb ik de moeren extra aangeraden om er zeker van te zijn dat alles veilig is.
  • Tijdens de inspectie merkte de technicus op dat een van de bouten niet goed was aandraaid.

Woordoorsprong

Het woord 'aandraaien' is afgeleid van het werkwoord 'draaien', met het voorvoegsel 'aan' dat aangeeft dat er een specifieke actie wordt ondernomen om iets vast te zetten.

Veelgestelde vragen over aandraaien

Wat is de betekenis van aandraaien?

aandraaien betekent: (ov) vaster draaien

Hoeveel betekenissen heeft aandraaien?

aandraaien heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je aandraaien in een zin?

Voorbeeld: “Ik heb het boutje iets te strak aangedraaid.

Uitdrukkingen

  • de duimschroeven aandraaien

Vertalingen

Engelstighten, turn on, switch on
Fransserrer, visser, tourner
Duitsanziehen, andrehen, anknipsen
Spaansapretar, encender
Italiaansstringere, accendere