aandraaien
/ˈandrajə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) vaster draaienIk heb het boutje iets te strak aangedraaid.'Als ik jullie was, zou ik bij hem de duimschroeven een beetje extra aandraaien .
- (ov) iets met een draaiknop in werking stellenHij draaide de radio aan, stak een sigaret op en begon eten klaar te maken.
Uitdrukkingen
- de duimschroeven aandraaien
Vertalingen
Engelstighten, turn on, switch on
Fransserrer, visser, tourner
Duitsanziehen, andrehen, anknipsen
Spaansapretar, encender
Italiaansstringere, accendere
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek