uitdraaien
/ˈœydrajə(n)/
Betekenis
werkwoord
- ~ op: uiteindelijk als resultaat hebbenDe werknemersorganisatie is bang dat de reorganisatie uitdraait op een massaontslag.Het zal wel op een teleurstelling uitdraaien.In de Rooms-Katholieke Kerk en Orthodoxe Kerk horen ze alleen een politiek verhaal, dat uitdraait op moralisme en legalisme. „Mensen merken er nooit dat Christus direct in het hart komt en daar vrijheid schenkt.” Reformatorisch Dagblad Klaas van der Zwaag 25-05-2016 [https://www.rd.nl/kerk-religie/gereformeerden-in-europa-in-diaspora-1.547476 Gereformeerden in Europa in diaspora]
- (ov) door draaien iets ergens uit halenVoorzichtig draaide hij de ontsteking uit de bom.
- (erga) stoppen met draaienWacht even tot de machine helemaal is uitgedraaid.
- (ov) door draaien aan een schakelaar uitdoenHeb ik het gas nou wel uitgedraaid?
- (ov) met een printer afdrukken op papierIk kon het document niet uitdraaien.
Vertalingen
Fransmener (à)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek